De Meesters van het Verre Oosten is een van meest spraakmakende spirituele boeken van de 20e eeuw. Tijdens een expeditie in de Himalaya, eind 19e eeuw, ontmoeten de schrijver en zijn metgezellen de 'Meesters van het Himalaya-gebergte'. Deze Meesters maken de expeditieleden deelgenoot van hun bijzondere ervaringen en vermogens, die door buitenstaanders als bovennatuurlijk en onmogelijk worden beschouwd.
Recensie(s)NBD|Biblion recensie:Gedurende zijn lange leven (1858-1953) schreef Spalding vijf boeken, in dit boek als vijf delen bijeengebracht. De eerste drie delen beschrijven een mysterieuze reis naar India en Tibet, hij ontmoet dan astrale Meesters van de Grote Witte Broederschap, die hem een esoterisch-theosofische boodschap brengen, namelijk dat de mens het christusbewustzijn in zichzelf moet ontwikkelen. De andere twee delen zijn min of meer leerstellige theoretische beschouwingen over de astrale wereld en de theosofische waarheden. De opvattingen van Spalding komen niet uit een specifieke theosofische beweging, hij heeft een heel eigen, doch wel als esoterisch herkenbare 'occulte' filosofie. Hoewel het boek de indruk wekt dat Spalding al de beschreven avonturen in Tibet hoogstpersoonlijk heeft meegemaakt, is dat onjuist. Zijn reisverslag is eerder een esoterische roman, waarin hij in de vorm van een fictief reisverslag zijn boodschap en opvattingen presenteert. Om die boodschap gaat het. En op zich is het niet onaardig deze boodschap te leren kennen. Futuristisch aandoende omslagtekening.
(NBD|Biblion recensie, Redactie) |