|
Gestalttherapie is rond het midden van de twintigste eeuw ontwikkeld uit de toen gangbare psychoanalytische benaderingen. Gestalttherapie is van oorsprong een psychotherapie.
Vrije beroepstitel
Onder psychotherapie verstaat men in formele zin het behandelen van geestesstoornissen in de medisch-wetenschappelijke sfeer door daarvoor wettelijk bevoegde gespecialiseerde artsen (psychiaters) en wettelijk bevoegde gespecialiseerde psychologen (psychotherapeuten). Psychotherapeut is in Nederland een wettelijk beschermde beroepstitel evenals psychiater. Men mag zich psychotherapeut noemen wanneer men daartoe de bevoegdheid heeft verworven door een academische studie (klinische) psychologie plus een post- doctorale specialisatie van drie, vier jaren.
Psychotherapie is in Nederland een vrij begrip, iedereen mag zeggen dat hij psychotherapie geeft, toepast, uitoefent etc. zonder daarvoor een formele bevoegdheid te bezitten. Gestalttherapeut is een vrije beroepstitel die iedereen mag voeren. Men wordt gestalttherapeut door het volgen van een goede opleiding in Nederland of elders en door zich aan te sluiten bij een beroepsvereniging. Een goede opleiding gaat uit van, of begint met, een grondige eigen gestalttherapie van de aspirant.
Een gestalttherapeut werkt als gids/begeleider van zijn cliënten in hun werkproces; zij/hij moet het gestalttherapeutische werkproces van binnenuit kennen op grond van eigen ervaring.
De gestalttherapeut moet zijn eigen persoonlijkheid en de egofuncties daarvan zeer goed kennen - door eigen doorgaande gestalttherapie - teneinde in de therapeutische relatie met zijn cliënten professioneel en zuiver te kunnen zijn; z/hij is onderdeel van de therapeutische situatie en als zodanig zijn eigen onmisbare instrument in het therapieproces.
Een goede opleiding behelst naast veel praktijkoefening en eigen doorgaande therapie een grondige theoriestudie, die is gebaseerd op het in 1951 verschenen en sindsdien steeds herdrukte standaardwerk Gestalttherapy 'Excitement and Growth in the Human Personality', door F.S. Perls, M.D., Ph.D., R.F. Hefferline, Ph.D. en P. Goodman, Ph.D.
Ontstaan
Gestalttherapie is in de veertiger jaren van de twintigste eeuw 'gevonden' door de arts en psychoanalyticus Friedrich Salomon Perls en zijn vrouw, de psychologe Laura Perls- Posner. Geïnspireerd door nieuwe inzichten uit de neurofysiologie, de gestaltpsychologie, het denken van de filosoof en staatsman Jan Smuts en nog vele andere bronnen ontwikkelde Perls een baanbrekend nieuw inzicht in het functioneren van het menselijk organisme en een psychotherapeutische werkwijze die relatief kort en doeltreffend is.
Gestalttherapie betreft niet de kwaal of klacht van de cliënt maar de hele mens. Gestalttherapie werkt vanuit een andere beroepsoriëntatie dan de medisch-wetenschappelijke psychotherapie. Het medische model wordt gekenmerkt door het paradigma ‘ziek zijn beter worden'. Overeenkomstig de traditionele geneeskunde abstraheert men de ziekte zo veel mogelijk van de gehele mens en behandelt men alleen de aandoening of het defect. In gestalttherapie behandelt men niet, maar spreekt men de cliënt aan opdat deze zelf als gevolg van de wisselwerking met de therapeut zijn/haar problemen ter hand gaat nemen op een creatieve nieuwe manier.
Gestalttherapie is een leerproces dat de groei van een zelfstandiger persoonlijkheid tot gevolg heeft, men wordt losser, vrijer en zich meer bewust van innerlijke en uiterlijke contactprocessen. Iedereen kan er grote baat bij hebben.
Wisselwerking
Het paradigma van de gestalttherapie beschouwt de mens-in-wisselwerking-met-zijn-omgeving als één geheel. Deze kleinste eenheid van interdependent leven heet het organisme/omgevingsveld; de wisselwerking staat daarin centraal als het fundamentele levensverschijnsel. De individuele mens met al zijn potenties is altijd weer opnieuw een onvoltooide gestalt in het steeds wisselende organisme/omgevingsveld, die zijn mogelijkheden kan blijven ontwikkelen tot zijn laatste dag. Dat is de persoonlijke groei die in de ondertitel van het hierboven al aangehaalde standaardwerk van de gestalttherapie wordt genoemd: 'Excitement and Growth in the Human Personality’. In het medisch (natuur)wetenschappelijke paradigma verwijst het symptoom of de klacht naar een aandoening of defect dat naar vermogen van de behandelaar wordt aangepakt volgens wetenschappelijk beproefde methoden.
In het humanistieke gestaltparadigma kan het symptoom of een klacht de aanleiding zijn voor therapie, maar het ziekteverschijnsel is niet het onderwerp ervan; het onderwerp is de manier waarop de cliënt de wisselwerking in het hem aangaande organisme/omgevingsveld onderbreekt. Door ongezonde chronische onderbrekingen in die wisselwerking, wordt de groei van de menselijke persoon belemmerd. Daardoor kunnen ziekteverschijnselen in de persoon of diens omgeving optreden.
Door de fundamentele verschillen tussen het medisch-psychotherapeutische en het gestalttherapeutische paradigma is de gestalttberapie buiten de formele academische psychotherapie gebleven. Wie gestalttherapeut wil worden kan daarvoor niet op de universiteit terecht.
Gestalttherapie geen psychotherapeutisch specialisme
Vele psychotherapeuten volgen een eigen oriëntatie die vaak minder medisch wetenschappelijk is en meer 'cliënt centered'. Deze therapeuten zijn minder symptoom gericht en meer betrokken bij de persoonlijke groei van hun cliënten, maar zij missen het unieke concept van het organisme/omgevingsveld dat centraal staat in gestalttherapie. Hierdoor blijft zulke therapie gemakkelijk steken in heropvoeding, volgens het mensmodel van de therapeut.
Gestalttherapie is niet gewoon nog een vorm van psychotherapie die in het medisch psychotherapeutisch paradigma kan worden opgenomen. In dat geval zou gestalttherapie worden gereduceerd tot een psychotherapeutisch specialisme en als zodanig aan maatschappelijke levenskracht en menselijkheid inboeten. Gestaltttherapie is in de ruim vijftig jaren van haar bestaan een zelfstandige maatschappelijke stroom geworden met een geheel eigen gezicht en een fundamenteel eigen paradigma.
De opleiding tot gestalttherapeut en de feitelijke beroepsuitoefening vergt geen academische vooropleiding psychologie; de gestaltttherapeut is principieel geen psychologisch deskundige uitlegger en duider, noch een symptoom diagnosticus. Mensen worden vaak gestalttherapeut uit een latere beroepskeuze; grotendeels komen de aspiranten uit de mensberoepen in de zorg, het onderwijs, het pastoraat e.d., vaak heeft men door eigen cliëntervaring de waarde en mogelijkheden van gestalttherapie ontdekt en wil men dat beroepsmatig doorgeven. Gestalttherapie heeft eigen opleidingsvormen en -normen, eigen opleidingsinstituten, een eigen vakliteratuur en vaktijdschriften in vele talen, eigen lokale, nationale en internationale beroepsverenigingen en een eigen publiek of doelgroep met een andere 'hulpvraag' dan die waarop de huidige medisch wetenschappelijke psychotherapie een antwoord geeft.
Bron: Stichting Hogeschool voor Gestalttherapie
http://www.hogeschoolvoorgestalttherapie.nl
|